Take-away naaiworkshop voor 12+: Broek met zijstreep (2-daagse)

Dit is een van de eerste take-away naaiworkshops die ik in elkaar bokste als alternatief voor de naaiworkshops in 2020 die niet kunnen/konden doorgaan door Corona. Net zoals de originele workshop 2 dagen zou duren, moet je ook voor deze versie 2 dagen (van 10 tot 16u) de tijd nemen om de workshop naar behoren te kunnen volgen. Inschrijven voor deze workshop doe je via de website.

Deze workshop is bedoeld voor jongens en meisjes vanaf 12 jaar die al een beetje ervaring hebben met de naaimachine. De moeilijkheidsgraad is niveau 1. Je hebt dus minstens 1 keer een initiatieworkshop gevolgd. Ben je jonger dan 12? Dan kan je deelnemen samen met een volwassene (die niveau 0 beheerst) die je bij het traject kan begeleiden.

Op dag 1 knippen we de delen uit en zetten we twee broekspijpen in elkaar. Op dag twee zetten maken we er een broek van en doen we de afwerking. Via een Whats-App groepje – exclusief voor de deelnemers van de workshop- is er interactie met Madame Tirette en met de andere deelnemers. Je kan vragen stellen in de groep, of privé aan Madame Tirette door te (video) bellen of te appen.

Om deze workshop te kunnen volgen heb je een patroon nodig, een naaimachine, de juiste stoffen en een naaidoos met materialen. Al deze materialen kan je ophalen bij Madame Tirette ongeveer 1 uur voor aanvang van de workshop. Op de ontwerpfiche (onderdeel van je inschrijving) kies je de stoffen, bepaal je jouw ontwerp en geef je de maten op.

Het pakket van Madame Tirette

Alles wat je nodig hebt haal je op bij aanvang van de workshop in het atelier van Madame Tirette. Wat zit er allemaal in je pakket?

  • Een naaimachine (om te lenen), tenzij je aangaf dat je zelf een naaimachine hebt die je zal gebruiken.
Bij Madame Tirette werken we met een naaimachine Husvarna Viking Emerald 116. Heb je zelf een naaimachine thuis en weet je hoe die werkt? Dan kan je natuurlijk je eigen naaimachine gebruiken. Als je deze Husqvarna Emerald 116 machine gebruikt kan ik je wel het makkelijkste uit de penarie helpen als er iets niet gaat zoals het zou moeten. Bij de naaimachine zit een leeg spoeltje, een pakje reservenaalden, een draadhouder en een schroevendraaiertje.
  • Een originele “Madame Tirette” naaidoos met spullen (om te lenen)
In deze naaidoos vind je alle noodzakelijke benodigdheden: een stofschaar, een doosje kopspelden, een zeepje of een uitwasbare stift, een zoomlatje, een tornmesje, een lintmeter, een gewone huishoudschaar, 3 dikke veiligheidsspelden, een persoonlijke brief met info en een afvinklijstje.
  • De verbruiksmaterialen (deze worden afgerekend op het einde van de workshop) en jouw patroon op maat (excl naadwaarde).
rekbare denim voor de broek: ongeveer 1 meter
rekbare denim voor de zijstreep: ongeveer 20 cm
Elastiek: ongeveer 50-70 cm (afhankelijk van je maat)
stikzijde in de kleur van de broek
eventueel boordstof voor de zomen

Creeër je eigen naaiplekje

Kies een praktisch naaiplekje uit waar je alles 2 dagen lang kan laten liggen. Dit moet je klaarzetten:

  • Een tafel om je naaimachine op te zetten met een stopcontact in de buurt.
  • Een strijkplank met strijkijzer
  • Een grote tafel om je stof te knippen, of een propere vloer 😉
  • Een computer met internet om de stappen te volgen
  • Een opgeladen telefoon met Whatsapp geïnstalleerd (kijk even na of je meldingen niet uit staan)

KLAAR VOOR DE START? Heb je een uitnodiging ontvangen voor de WhatApp groep? Stuur je me even een foto van jezelf, in je eigen naaiplekje? Dan weten we ook meteen of alles werkt en iedereen alle meldingen ontvangt.

Bekijk alvast dit introductiefilmpje.

1. Het patroon: tekenen en knippen

Op het blad met patronen staan 4 of 5 patroondelen uitgetekend. Het patroon is op jouw maten getekend, en is exclusief naadwaarde.

  1. het voorpand
  2. het rugpand
  3. de zijstrook (dit patroondeel heeft iedereen, ook als je de hele broek in 1 dezelfde kleur wil maken)
  4. de tailleband
  5. eventueel de zoomboord

Knip alle delen uit met de gewone keukenschaar.

2. De stof: draadrichting, goede en verkeerde kant

Voor je de stof kan knippen moet je nog iets belangrijks weten over de richting van de stof. Een lap stof heeft een hoogte en een breedte. Het is erg belangrijk dat je daar rekening mee houdt bij het knippen van de stof. Zo zorg je dat de stof juist valt en ook juist rekt.
Om te weten wat de hoogte en de breedte is van de stof moet je kijken naar de zelfkanten (= zijkanten) van de stof. De zelfkant van de stof is de rand van de stof die is afgewerkt in de fabriek en niet rafelt (dus NIET die rand waar de stof is afgeknipt). Stof voor kleding is meestal ongeveer 140 cm breed en heeft links en rechts een zelfkant. De richting van de zelfkant is de draadrichting. Als er een pijl op je patroon staat om de draadrichting aan te geven moet die straks evenwijdig lopen met de zelfkant.

Stof heeft niet alleen een hoogte en een breedte, maar heeft ook een goede en een verkeerde kant. Op z’n ouderwets spreken ze van rechts en averechts. De goede kant van denim is deze kant waar de kleur het donkerste is. Bij boordstof is het verschil in goede of verkeerde kant bijna niet te zien. Boordstof wordt binnenstebuiten opgerold. Je knipt het dus automatisch met de goede kant vanbinnen. Het teken voor “verkeerde kant” is een rondje met een schuine streep door. Het teken voor goede kant is de hoofdletter R (van rechts).

verkeerde kant van de stof

3. Stof klaarleggen en naden aantekenen: de broek (voorpand, rugpand en tailleband)

Om de patroondelen uit de stof te knippen leggen we (bijna) altijd de stof dubbelgevouwen met de goede kanten op elkaar en de zelfkanten op elkaar. Dit gaan we ook doen voor de stof van de broek. Tegenover de zelfkanten zit nu de stofvouw. Die wordt aangegeven op een patroondeel met dit teken

Leg de stof zo op tafel:

Leg het patroondeel voor de tailleband bovenaan met een van de korte kanten tegen de stofvouw.

Leg de patroondelen van het voorpand en het rugpand zodanig dat de draadrichting (die pijl in het midden) netjes evenwijdig loopt aan de zijkanten van de stof.

Speld de 3 patroondelen vast door beide stoflagen. Begin altijd bij de stofvouw te spelden (hier dus bij de tailleband). Zorg dat er in ieder hoekje van je patroon een speldje zit en bij lange stukken steek je er nog eentje extra (zoals ter hoogte van de knie). Zorg dat de speldjes niet uitsteken langs het patroon zodat dat je er straks niet in knipt.

Papieren patroondelen bij Madame Tirette zijn altijd exclusief naadwaarde (en zoomwaarde). Dat betekent dat je de stof een stukje groter moet knippen dan het papier omdat je ook op een stukje van de rand gaat stikken. Die naadwaarde zit dan aan de binnenkant.

Wij tekenen rondom een naadwaarde van 1 cm.

LET OP! Werk je je broek onderaan straks niet af met boordstof, maar met een gewone zoom, dan moet je onderaan 4 cm zoomwaarde voorzien!

Teken met behulp van een zoomlatje je naad- en zoomwaarden rondom het patroon. Als je een donkere kleur stof hebt (zoals zwart of donkerblauw) gebruik je hiervoor een zeepje of een krijtwieltje. Als je een lichte kleur stof hebt teken je met een uitwasbaar stiftje. Klik hier voor een filmpje.

Hierboven heb ik onderaan 4 cm zoomwaarde getekend omdat ik deze broek met een gewone rechte zoom ga afwerken.
als je straks de onderkant afwerkt met boordstof moet je 1 cm naadwaarde onderaan aantekenen zoals hierboven, en geen 4 cm.

4. Voorbereiden om te knippen: de zijstrook

Vouw de stof voor de zijstrook in de hoogte dubbel met de goede kanten op elkaar. Je maakt de smalle strook dus nog eens dubbel zo smal. Als de stof niet goed blijft liggen kan het helpen er even op te strijken.

Speld het patroondeel erop vast en teken 1 cm naadwaarde rondom.

Let op! Tekende je bij de broek onderaan 4 cm zoomwaarde, dan moet je 4 cm zoomwaarde tekenen in plaats van 1 cm! Dit doe je alleen aan de onderkant. Het kortste deel onder de knielijn is de onderkant.

hierboven tekende ik aan de onderkant (rechts in dit geval) 4 cm zoomwaarde omdat ik kies voor een gewone zoom

5. Naden aantekenen: de zoomboorden (deze stap sla je over als je niet met boordstof werkt)

Boordstof ligt van zichzelf dubbelgevouwen met de goede kant binnenin. Speld het patroondeel erop en teken overal 1 cm naadwaarde rondom met een krijtje.

6. Delen uitknippen

Knip alle delen uit met een stofschaar. ( Laat de speldjes en de patronen gewoon zitten tijdens het knippen.)

7. Tekens aanduiden

Nu je alle delen in de juiste vorm hebt uitgeknipt moet je alle tekens aangeven. “Tekens” zijn meestal korte streepjes die tegen de rand van je patroondeel staan. Dit soort tekens geef je aan met een knipje (max 3 mm!). Samen met de tekens geef je ook de stofvouw aan met een knipje. Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je dat “knipjes geven” best aanpakt, want ze mogen ECHT niet te groot zijn!

op het voor- en rugpand links en rechts ter hoogte van de knielijn
in de zijstrook boven en onder ter hoogte van de knielijn
knipjes boven en onder in de tailleband aan de stofvouw (schaar tussen de 2 lagen steken)

De voorbereidingen zitten erop! Leg alle deeltjes bij elkaar en stuur via WhatsApp even een overzichtje van alle geknipte delen bij elkaar, zo kan ik ziet of het er juist uitziet, maar ook gewoon om even om te weten waar je in tussentijd beland bent

8. Machine gebruiksklaar maken

Installeer de naaimachine en steek de stekker in het stopcontact. In het bakje van je machine vind je onder andere een leeg spoeltje en de draadhouder. Dat is een stokje dat je verticaal in je machine kan steken en waar je je klosje garen op zet. Vind je de spulletjes niet? Bekijk dan even dit filmpje.

Maak een nieuw spoeltje en rijg je draden in zoals wordt uitgelegd in de filmpjes onder de volgende foto.

Klik hiervoor een filmpje om te zien hoe je een spoeltje opwindt.
Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je de bovenste draad inrijgt.
Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je de draadinsteker gebruikt om de draad in de naald te steken.
Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je de onderste draad inrijgt

Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je je draad ophaalt.

Zet nu ook alvast je strijkijzer aan. De voorbereidingen zitten erop. Nu begint het echt stikwerk!

Als je bij Madame Tirette al een initiatieproject hebt gevolgd zal je begonnen zijn met het rondom zigzaggen van alle randen. Bij het maken van kleding is het echter sneller en steviger om je naden samengenomen te zigzaggen telkens als je een naad hebt gestikt. Dit is ook hoe we hier te werk zullen gaan.

We beginnen met het stikken van de voorste zijnaden op 1 cm. We doen dit met een rechte steek op 1 cm van de rand. Je moet dus je machine instellen op een rechte steek met je naald in het midden (naaldstand 5) en een steeklengte van 2,75 (=gewone steeklengte).

7. Spelden, stikken en zigzaggen en strijken van de zijstroken

Haal het patroonpapier (en dus ook de speldjes) van het voorpand en van de zijstroken af. Haal de twee delen van het voorpand uit elkaar en leg ze met de goede kant naar boven zoals op de foto. Leg de zijstroken tegen de zijranden met de goede kanten naar beneden en met de knipjes bij elkaar. Zo dus:

Begin te spelden bij de uiteinden en de knipjes, en dan de middens er tussen. Het is van groot belang dat je de randen van de stof netjes tegen elkaar legt en dan pas vastspeldt. Steek je speldjes dwars. Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je je speldjes moet steken om een naad te stikken.

Stik nu de zijnaden op 1 cm van de rand met een rechte steek. Vergeet niet te hechten in het begin en op het einde. Let op! Leg bij het stikken van deze zijnaden altijd de “zijstrook” onderaan. Deze strook gaat namelijk uitrekken als je ze bovenaan legt bij het stikken, en dan krijg je een verschil op het einde.

Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je deze naad stikt.

Haal het patroonpapier (en dus ook de speldjes) van het rugpand. Speld de zijkant van de rugpanden tegen de andere kant van de zijstrook. Let er ook weer op dat de knipjes bij elkaar liggen. Stik ook deze naden met een rechte steek op 1 cm.

Knip nu alle 4 de naden een stukje bij en zigzag de randen samen. Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je de randen moet bijknippen en samen zigzaggen.

Strijk de naden plat zodat de zijstrook netjes plat ligt. Strijk eerst op de verkeerde en dan ook nog eens aan de goede kant.

8. De binnenbeennaden

Vouw nu beide broekspijpen met de goede kanten op elkaar en speld de binnenbeennaden op elkaar vanaf het kruis tot beneden. Het is heel normaal dat de voor- en achterkanten niet meer goed op elkaar lijken te passen en dat het een beetje “wringt”. Stik de binnenbeennaden op 1 cm met een rechte steek, knip de naden bij en werk ze af met een zigzagsteek.

Strijk de naden plat naar achteren. Gebruik een mouwplankje als je dat hebt. Als je dat niet hebt dan leg je de stof gewoon dubbel.

Volgens het voorziene planning heb je op dit punt alles gedaan wat op de eerste dag van de tweedaagse stond ingepland. Iedereen heeft uiteraard een verschillend tempo en dat is heel normaal. Laat je dus niet opjagen als je het idee hebt dat je wat achterloopt op de andere deelnemers. Naaien gaat alleen goed als je hoofd fris is en als je de tijd kan nemen die je zelf nodig hebt. Ben je heel snel en wil je nog even door? Dat mag, maar laat je in je enthousiasme niet verleiden om te lang door te gaan zodat je hoofd niet meer fris is. Je hebt nu best al veel gedaan op 1 dag.

9. De kruisnaad

Je hebt nu een linker en een rechter broekspijp, en je moet die aan elkaar zetten bij de kruisnaad.
Om dat makkelijk te kunnen doen bestaan er een trucje, dat (bijna) altijd werkt:

Keer 1 van de broekspijpen naar de goede kant. Leg nu de twee delen naast elkaar zodat bij beide delen de voorkant bovenaan ligt. (die voorkant herken je aan de kortere kruishoogte)

Stop nu de broekspijp die je goed gekeerd hebt in diegene die nog binnenstebuiten ligt. Het is een beetje friemelen, maar als je een beetje schudt vallen de kruisnaden netjes op elkaar. Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je die broekspijpen in elkaar friemelt.

Speld de kruisnaad, zorg dat het kruis (bovenaan de binnenbeennaden) exact op elkaar ligt. Stik op 1 cm. Knip de naden bij en werk af met de zigzagsteek.

TIP! vanaf deze stap werk je makkelijker als je de vrije arm van je naaimachine gebruikt. Op dit filmpje kan je zien hoe je de vrije arm van de naaimachine gebruikt.

Keer de broek helemaal naar de goede kant.

Je kan hem nu al eens aandoen om een idee te krijgen. Stuur even een fotootje naar de WhatsApp groep!

10. De tailleband voorbereiden

Haal het patroonpapier (en dus ook de speldjes) van de tailleband af. Leg de tailleband helemaal open voor je op de strijkplank met de verkeerde kant naar boven. Doe de volgende stappen:

Deze naad knip je niet bij en werk je niet af. Duw met je duimen de naad open en vouw de tailleband weer dubbel zoals je hem hebt gestreken. Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je de tailleband in elkaar keert.

Speld de open randen op elkaar. Duid ergens op de tailleband bij de open kant aan waar je een gat gaat laten (3 cm groot) om de elastiek door te steken. Het maakt niet uit waar je dat gat laat, doe dit alleen beter op de plaats van de naad.

Stik nu de open kant van de tailleband dicht. Tussen de streepjes laat je het open. (gebruik de vrije arm van de naaimachine).

11. De tailleband aanzetten

Om de tailleband gemakkelijk te kunnen vastspelden in de tailleomtrek gaan we op de tailleband 4 steunpunten aangeven op de open rand.

2 steunpunten hebben we al:
Enerzijds hebben we de naad. Die gaan we straks bij de middenrugnaad van de broek vastspelden.
Anderzijds hebben we het knipje bij MV (waar de stofvouw zat).
Als we de boord plat op tafel leggen deze twee steunpunten op elkaar in het midden, dan krijgen we links en rechts een stofvouw waar het midden tussen die twee punten is. Geef daar 2 knipjes. (let op, doe dit in de open rand en niet waar de stof dubbelgevouwen is).

Nu heb je in de omtrek van de tailleband 4 steunpunten: 3 knipjes en 1 naad.

Zorg dat je broek binnenstebuiten ligt. De goede kant binnenin dus.
Steek nu je tailleband ondersteboven in de broek, zodanig dat de geknipte randen samen liggen. Let er op dat de naad van de tailleband mij MR ligt en steek daar je eerste speldje. Volg de volgende stappen:

12. De elastiek

Steek 2 veiligheidsspelden in het begin van de elastiek zodat je een “hard plat” stuk hebt dat je makkelijk door de stof heen kan schuiven.

Steek het einde van de elastiek met de derde veiligheidsspeld vast aan de naad, net naast het “gat”.

Duw de veiligheidsspelden door de tunnel. Om te zien hoe je zoiets het beste aanpakt, bekijk dit filmpje.

Zit je elastiek helemaal door de tunnel heen? Speld dan de uiteinden zo op elkaar (klik hier voor een filmpje) en pas je broek om te controleren of je de elastiek nog wat meer moet doen spannen. Zonodig knip je er nog een paar cm af.

Terwijl je de broek aan heb controleer je ook de lengte. Ik heb op onderaande foto 2 verschillende lengtes omdat ik de twee broekspijpen verschillend ga afwerken als voorbeeld. Toevallig had ik blijkbaar ook twee verschillende sokken aan 🙂 Handig 😉

Als je een gewone zoom gaat maken moet je er rekening mee houden dat er de broek nog 4 cm korter wordt. Deze 4 cm plooide ik om bij de zwarte sok.
Als je er boordstof aan gaat zetten moet je broek nu tot aan het knobbeltje van je enkel komen (zoals bij de donkerblauwe sok).

Nu gaan we de elastiek dichtstikken.

Stik de uiteinden plat op elkaar op 1 cm . Vouw nu de naad plat naar 1 kant en zigzag over de 3 lagen. Zo is het “staartje” plat en kan het einde niet meer rafelen.
Trek de elastiek aan zodat hij mooi in de tailleband wegduikt. Stik nu het gat van 3 cm dicht.

Klik hier voor een filmpje om te zien hoe je de elastiek dichtstikt, platstikt en het gat dichtstikt.

Knip de taillenaad bij en werk hem af met een zigzagsteek.

Strijk de taillenaad plat.

Stik nu links en rechts ter hoogte van de voorste zijnaad een stiksel waarmee je de elastiek vast zet in de tailleband en dus zorgt dat deze niet kan gaat ronddraaien. Klik hier voor een filmpje.

13A. De dubbele zoom (Deze stap sla je over als je met boordstof werkt)

Leg je broek binnenstebuiten en streep de onderkant af op 2 en op 7 cm, rondom de broekspijp.

Vouw een cm om naar de verkeerde kant (tot aan het eerste streepje) en dan nog eens tot aan het streepje van 7 cm. Speld de zoom vast met voldoende speldjes. Klik hier voor een filmpje.

Stik met een rechte steek op 1 mm van de omgevouwen rand. Als je niet weet hoe die op 1 mm van de rand moet stikken. Kijk dat even naar dit filmpje.

strijk de zomen netjes plat

13B. De zoomboorden (deze stap doe je niet als je je zomen al gestikt hebt)

Haal het patroonpapier (en dus ook de speldjes) van de zoomboorden af.

Zet met een teken op de buitenkanten van de stof het teken “verkeerde kant” om verwarring tegen te gaan.

je doet dit vooraan maar ook achteraan

Leg de zomboorden voor je op de strijkplank met de verkeerde kant naar boven. Vouw ze van onder naar boven dubbel en strijk ze plat. De randen moeten bij elkaar liggen. De goede kanten liggen nu vanbuiten.

Als de vouw in het midden er goed is ingestreken leg je de boorden weer voor je op tafel: Opnieuw opengevouwen, maar deze keer met de goede kant langs boven.
Vouw nu de linker helft op de rechter helft (de goede kanten liggen vanbinnen) en speld de randen op elkaar. Stik op 1 cm met een rechte steek.

TIP! Boordstof kan soms wat moeilijk doen bij het starten. Soms lijkt het alsof de stof wordt opgevreten door de machine. Het kan helpen als je net een beetje te ver begint (een halve cm na het begin). Je moet dan wel voldoende achteruit hechten om te zorgen dat het begin ook meegestikt wordt. Frommelt de stof juist bij het einde op? Dat geeft niet, die kan je gewoon weer plat krijgen door er een beetje aan te friemelen.

Knip het hoekpunt in zoals op deze foto. Dit knipje moet tot net niet in het stiksel komen.

Keer nu de boorden in elkaar.

Klik hier voor een filmpje hoe je een boordje in elkaar keert. (de boordjes op dit filmpje hebben geen knip omdat ze helemaal recht lopen van vorm, maar de aanpak is dezelfde)

Strijk de boorden nu nog eens goed plat zodat de boorden goed plat blijven en de randen netjes op elkaar blijven liggen.

Nu kunnen we de zoomboorden aanzetten.

Zorg dat je broek helemaal binnenstebuiten ligt. De goede kant binnenin dus. Steek nu een zoomboordje in het uiteinde van de broekspijp, zodanig dat de 3 geknipte randen (2 van de boord en 1 van de broek) samen liggen. Let er op dat de naad van de boord en de naad van de broek bij elkaar liggen. Steek 1 speldje bij de naad, eentje aan de overkant (in het midden van de zijstrook), en twee speldjes in de middens ertussen. Het is normaal dat de zoomboord iets kleiner is dan de broekspijp, dus moet je de boordstof lichtjes rekken. Steek overal nog minstens 1 speldje tussen zodat je het zeker netjes kan stikken.

Steek de broekspijp onder je persvoetje zoals op de foto en stik op 1 cm. Je begint en eindigt bij de naad. Zog dat je stiksel op het einde netjes in het begin overloopt.

Knip deze naden bij en werk ze af met een zigzagsteek.

Strijk de naden plat naar boven.

14. Je bent klaar!

Neem een foto van het eindresultaat en deel deze in de Whatsappgroep. Ik ben razend benieuwd!

Kijk je bij het opruimen nog even na of alle spullen terug in je naaidoos zitten? Je kan alles aanduiden op je afvinklijst.

Heb je nog vragen of opmerkingen? Vond je bepaalde opdrachten niet zo duidelijk of gewoon erg moeilijk? Of ging het heel vlot? Zou je zo’n soort workshop nog wel eens willen volgen? Je mag me dit allemaal laten weten bij het terugbrengen van je spullen, of later via mail.

Veel liefs, en geniet van je comfy nieuwe broek. Ik doe die van mij niet meer uit!

Madame Tirette